De wet van het bord: er strijkt er maar 1 met de eer.

Een paar mooie wedstrijden gehad op de Weissensee. Geprobeeerd om met veel aanvallen toch een kopgroep voor elkaar te krijgen. Mocht niet baten. Het liep alle wedstrijden uit op een massasprint! Gelukkig kon ik dan ook nog wel meesprinten en de uitslagen waren niet verkeerd. De wedstrijd waar ik toch wel het hele jaar op zat te wachten was de 200km. Hoe zou het deze keer gaan? Hoewel ik weet dat het nog te vroeg is en onder het motto van 'dromen mag' koester ik dan toch de wens, als de meeste schaatsers, om mijn naam op dat bord van de Weissensee te krijgen. Mijn ploegleidster Neeke staat er al 2 keer op!

We kwamen vroeg aan de start en niemand was er nog. Ik deed nog even snel een twitter bericht naar het thuisfront en liep toen terug naar één van de hotels voor een fatsoenlijk toiletbezoek. Later volgde een iets minder luxe toiletje. Maar ik vond daar 3 euries. Hmm. Dat geld heb ik dan maar vast binnen:) Vlak voor de start stond er nog één bezoek in het houten hok gepland. Met nog een paar minuten te gaan rende ik het hok uit en begaf me richting de start. Daar verloor ik ergens een onderhandschoen, waardoor ik best van de rel raakte.

Toen ik achter het lintje stond wees Twan me nog even op de kou achterin en dat een bril wel verstandig zou zijn. Ehm hoezo? Oh ja. Ik als profi vergat me bril? Gelukkig hij zat wel op mijn kop. Toen we het grote meer opdraaiden was daar een wind die ik niet had voorzien. Ik dacht dat de zon wel zou komen, maar die liet lang op zich wachten. Toen ik eenmaal een jasje wilde, hoorde niemand me. Toen iemand me hoorde, mocht het niet aangegeven worden, want ik was zojuist langs de verzorging gereden. Toen begon ik ff te janken. "Ik wil die jas, anders ga ik dood". Ik ging niet dood, maar voelde me wel doodongelukkig.

De volgende shit begon met drinken. Door de kou en de lage intensiteit waarmee het damespeloton zich over het ijs begaf kreeg ik een koude buik en moest ik plassen. Ik wist dat ik theoretisch echt niet hoefde en uiteindelijk weigerde ik dus ook om met mijn pak op mijn knieen te gaan zitten. "3x naar de wc is genoeg! ik hoef niet!" De overige dames liepen ook al te zeiken (letterlijk en figuurlijk). Toch dronk ik te voorzichtig mijn bidons leeg en kreeg dus niet heel veel binnen, omdat het na een rondje alweer bevroren raakte. "Slush, mmm lekker op zo'n koude dag". Natuurlijk kletterde er wat bidons open en die kreeg ik dus ook niet meer. Leuke was wel dat de dame achter me helemaal onder de plak shit zat. Ik liep zo te kloten en de benen raakte vanzelf leeg. Ik kon geen ontsnappingspogingen ondernemen en was blij dat na 6,5 uur toch het einde naderde. Ik gooide alles op de eindsprint en achterin me kop speelde de gedachte aan het 'bord' toch in de rondte. " Het kan nog steeds, Kim". Ik koos een strategie en hield me er aan vast. Kleine correctie in de sprint en ik werd 4e. Na 200 kilometer kon ik niet geloven dat ik met lege handen stond. Niet eens een troostplekje. Ach, de sport  is hard. Na zo'n moeilijke race kan ik er ook bjina vrede mee hebben. Maarja, de tweede plek is ook een pijnlijke nederlaag.

15 February 2011
By on 11:24
Back to Basics

Als het eventjes niet mee zit dan las ik een training in op Amsterdam. De week voor de Weissensee werd ik aangereden door een jongen die onderuit ging in de binnenbaan. Balen. Het was al een rotweek met een uberstrakke planning en het plotselinge overlijden van Henk Ketelaar. Toen bleek dat ik nog niet fit genoeg was om te starten heb ik ook met moeeite de wedstrijd op zijn baan af moeten zeggen. Back to Basics. Dus op zaterdagochtend ging de wekker al om 6.15uur. Een snelle douche, kleren aan, banana mee en in de auto. Ik reed een rustig schemaatje en kwam veel bekenden tegen op het vroege-vogel-uur. Het is moeilijk te omschrijven, maar als de zon opkomt en je een training aflegt in de vroege ochtend op de mooiste ijsbaan van Nederland, dan vindt je je rust terug. Moest ook wel, want de dag erna hadden we de eerste wedstrijd op het natuurijs circuit op Flevonice. Die wedstrijd ging redelijk maar niet denderend. Daarna begon de reis naar Oostenrijk. Die week gaven we een voorlichting aan de leerlingen van het Oscar Romero over een lange afstand afleggen op het ijs. Daar kwam ik oog in oog te staan met de dader van mijn ongelukkige val. Een verlegen jongen, die bijna zijn excuses niet aan durfde te  bieden. Ik drukte hem op het hart dat hij de volgende dag niet op scheuren hoefde te letten, maar op een schop van een dame met bivakmuts in een rood-blauw pakkie. Daarop volgden dan toch zijn excuses en kon ik verder met mijn voorbereidingen op de grote wedstrijden.


By on 11:03
Ik heb je wel door…

Het is een beetje viezig weer, maar ik had nu eenmaal die zonetraining in mijn hoofd. Een uurtje te laat stapte ik dan toch op het fietsie. De mountainbike deze keer. Als ik geen zin heb neem ik de wat-toeristischere route en begeef ik me over een brug, welke bij de overgang een geweldig uitzicht geeft over het Zaanse erfgoed. Ik heb mazzel: de brug staat open. Mag ik eventjes 5 minuten ongegeneerd staan nixen. Dat doe ik dus ook lekker. Weer kijk ik mijn ogen uit bij het bestuderen van al het Zaanse groen. Ik schaam me ervoor dat ik zo verliefd ben op dit stukje van de Zaan. Elke Japanner is hier na een uurtje en 80 foto’s al uitgekeken, maar ik fiets er na 24 jaar nog steeds eens een stukje voor om. In de hoop dat de brug open staat. Vorig jaar was de brug, tot mijn grote ergernis, afgesloten. Ik mistte mijn extra lusje, maar ook mijn bevestiging van mijn gedachte dat de tijd in Zaandam altijd stil zal blijven staan. Natuurlijk is het kut dat het niet écht zo is. Anders gold mijn duurritje van gisteren nog wel en hoefde ik nu niet te vertrekken.

Ik fietste verder en koos voor de route met een dijkje waarin ik de wind vol in de rug zou hebben. Klein nadeeltje is dat ik daarna nog zeker 15 kilometer terug moest fietsen over een ubersaaie weg met volle bak tegenwind. Terwijl ik na zat te denken over de vraag of het nu windkracht 6 of 7 was waarin ik terug zou moeten buffelen, werd ik ingehaald door een wielrenner. Oh er rijdt er nog eentje naast. Jammer, dat ik hem mistte. Ow kijk, nog een aanhanger. Aanpikken maar. Ze bleken met zijn vieren en ik toerde er lekker achteraan. Ik weet dat het zwaar irritant is als je op je wielrenfiets rijdt en er een mountainbiker-wannabe achter je aan blijft fietsen. Helemaal als het nog een vrouw is ook. Toch werd ik er zielsgelukkig van, omdat ik lekker in me zone reed en ik deed dan ook mijn uiterste best om aan te klampen. De man voor me reed me op het kantje, maar ja daar word ik niet bang van. Hij treft het wel met deze kleine marathonbitch.

Heel af en toe gaf hij een grote roggel over zijn rechterschouder. Vergeet niet het effect van de wind. Ik weet, dat hij dit deed, in de hoop mij te raken. Wat denkt hij nou? Dat ik bang ben voor een beetje snot?

Ik heb je wel door, kerel.

18 November 2010
By on 08:35
Kort berichtje: Verstoppertje

Ik schrik, want ik zie dat er al 3 wedstrijden voorbij zijn gegaan zonder te bloggen. Zoals ik vorig jaar al zei, schijnt het zo te zijn dat geen blog-bericht, staat voor een verstoppende blogger. Meestal omdat deze dan niet lekker in zijn vel zit. Ik zit wel prima in me vel, maar nu ook weer niet denderend. Het kost wat moeite om de goede balans te vinden tussen schaatsen-studie-werk. Mijn draai in de wedstrijden heb ik nog niet gevonden. Het gaat goed, maar niet goed genoeg. De tweede cupwedstrijd werd verreden in Heerenveen, de derde in Utrecht en de vierde in Den Haag. Stuk voor stuk, goede wedstrijden, maar nog niet die mooie afronding die ik voor ogen heb. Het geeft ook niet dat het allemaal wat tijd kost, die gun ik mezelf, al dan niet van harte:). Begin maar vast met tellen. Ik werk nog heel eventjes aan de balans.

15 November 2010
By on 12:40
Amsterdam KPN I

De openingswedstrijd, thuis! Het geeft altijd wat kriebels zo’n eerste wedstrijd. Ik nam me ook voor om er niet al te veel van te verwachten, omdat het vaak nogal een shitkoers is, zo’n eerste wedstrijd. Meestal heb je de grootste moeite om de dames terug te vinden, want iedereen is gehuld in een nieuwe outfit. Dan meen je de kont te herkennen die je nodig hebt, maar na tien rondjes kom je erachter dat je een dikkere versie hebt uitgekozen, de verkeerde dus. Ik wilde me niet laten afleiden dat de koers vandaag ‘thuis’ zou zijn, maar natuurlijk gebeurde dit toch. Velen gaven al aan dat ze langs de kant zouden staan om me aan te moedigen.

Het was een behoorlijk regenachtig halfuurtje tijdens onze race over 60 ronden. Er ontstond een kopgroepje waar ik niet bijzat. Ik sprong over met nog 2 dames en zat er uiteindelijk bij. Dit ging hem worden, maar op één of andere manier reed ik mezelf helemaal op een hoop. Ik moest lossen en had er zwaar de kloten in. Velen van jullie hebben het gezien, dan wel live, dan wel op de foto. Naast dat ik er nogal fotogeniek uitzag was ik wel blij, want ik hoorde heel wat mensen “KOM OP KIM(BERLY)” roepen en op dat zekere moment was ik echt even blij met de support. Ik kreeg deze week zelfs nog de opmerking dat het eruit zag of ik zat te janken op de foto. De regendruppels vallen weg tegen het licht, maar die zure kop van mij stond er goed op. Naja echt vrolijk werd ik niet van mijn los-aktie. Ik kwam weer in het peloton terecht, maar wist helaas geen goede uitslag te rijden. Des te meer blijft er natuurlijk over voor de rest van het seizoen. De kop is eraf.

Zaterdag staan we er weer, maar dan in Heerenveen. Nieuwe ronden, nieuwe kansen. Het belooft een snelle wedstrijd te worden.

28 October 2010
By on 08:43
Bul

Een hele tijd niet geblogd. Druk met mezelf, het één en ander. Reden was ook dat ik een mooi stuk had geschreven na het behalen van mijn bul. De boel crashte. Ik liet het voor wat het was. Ik herschreef uiteindelijk het stuk, een slechte versie ervan. Het was nogal melodramatisch, beetje theatraal misschien. Dus dan maar weer een nieuwe. Hopelijk minder emotioneel.

Ik heb nooit zo goed begrepen wat mensen bedoelden met het behalen van een ‘mijlpaal’, maar ik denk dat ik hem nu snap.

Na mijn middelbare school wist ik niet zo goed wat ik wilde met mijn leven. In één jaar heb ik mijn hele leven omgegooid. De langebaan moest plaatsmaken voor het marathonschaatsen en ik besloot ineens dat ik meer wilde dan schaatsen. Ik werd bevangen door de angst om het meisje te blijven die ik toen was. Met de jaren versterkte mijn drang tot perfectionisme en mijn obsessie om de dingen af te maken. Onderweg gaf dit natuurlijk wat problemen. Maar…   

Op 2 september 2010 ondertekende ik mijn bul en verplichtte ik mijzelf om vol trots de titel te zullen dragen die ik heb verdiend. Hoewel ik een aantal jaren geleden misschien liever zag dat ik de titel voor het nederlands kampioenschap op kunstijs op mijn naam schreef, was het nu een andere, misschien wel belangrijkere titel die ik won. Eentje meer voor jezelf.

Toch was er op het moment van ondertekenen nog enige twijfel. Ten eerste omdat ik niet zeker wist of ik er wel voor uit durfde te komen, mijn titel, als afsluiting onder elke brief of email die ik de toekomst zou moeten verzenden.

Ten tweede begon ik ineens te twijfelen over de handtekening zelf. Was dit niet de handtekening die ik in groep 6 al had bedacht? Godsamme, had ik voor deze gelegenheid niet een sjiekere versie kunnen bedenken? Ik kan dit er toch niet onderzetten, ik was 10 ofzo! Zal ik snel een andere verzinnen?

Terwijl ik twijfelde over het wel of niet aannemen van de welverdiende titel stonden een grote camera en mijn ploegleidster ongegeneerd op mijn papiertje te kijken. Ik haalde diep adem en tekende het stomme ding.  

Alleen is dit niet zo een overwinning die je jezelf moeilijk voor de geest kunt halen, omdat je het in het volgend seizoen was verloren. Dit is een titel waar je dagelijks aan wordt herinnerd in je verdere leven, omdat je hem aan moet voeren. De master of science, MSc, gelijk aan doctorandus, maakt voor mij ook dat ik een belangrijk hoofdstuk af kan sluiten. Namelijk die van alle onafgemaakte dingen. Alle zaken waar ik nog de pest over in had, vallen in het niet met dat wat ik nu eindelijk op zak heb. Daar komt bij dat ik in hetzelfde jaar van afstuderen een hele mooie podiumplek behaalde. Daar in Zweden kreeg ik zo’n kick dat al het harde werken van de afgelopen jaren niets meer voorstelden. Alles is op zijn plek gevallen en ik ben er eindelijk een keertje tevreden over. Voor nu hoop ik dan ook alleen nog maar te genieten voordat ik bezeten raak van een nieuwe dwanggedachte die op de loer ligt: meer, meer, meer…

Het onderzoek is met een mooi resultaat beoordeeld en we hopen het volgend jaar te mogen publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift.

Ik wil iedereen bedanken voor de hulp bij het zoeken van topsportmoeders en de steun en interesse die ik heb ontvangen tijdens mijn onderzoek.   

Liefs,

Kimmie3

Kimmie MSc 

 

27 October 2010
By on 17:01
La Dolce Vita

Na wat zomervakanties in St. Tropez (jetset holiday) te hebben doorgebracht, was het volgens mio marito tijd voor verandering. Dus het werd Italia. We hebben bewondering voor de Italiaanse mensen. We hebben elkaar ook in Roma leren kennen, tijdens een schooltrip voor de gymnasiasten. Op de Sint Pieter gaf ik hem een beuk om zijn aandacht te trekken. Wat volgde was een duw-en-trek spel door de straten van Roma en een infinito amore. Hoewel ik helemaal in een scheur lag toen hij een scheet liet in de meest prestigieuze kerk van de katholieken, wist ik niet dat hij later één van de weinige accountants zou worden met klasse en een grote liefde voor Italiaanse kleding en alfa romeo’s. Hij had wel schoenmaat 39, maar kocht van die foute shirtjes bij Stylissimo. Helemaal in (onder de buitenlandse jeugd van Zaandam) en helemaal fout (wat de rest van Zaandam betrof). Gladde stofjes en de hele poespas.

Nu zijn we op de enige plek in Italië waar mode geen rol lijkt te spelen. Ik heb werkelijk nog geen enkele knappe charmeur kunnen ontdekken, op onze buurman van 50 na. Ik pijnig mijn voeten op de kiezelstranden liever dan dat ik met foute surfschoentjes, of (het kan nog erger) crocs ga lopen. Ook laat ik liever het zweet over mijn rug gutsen door een shirt, dan dat ik slechts in een bikini gehuld mijn rugtas draag. Al onze Italiaanse gevoelens worden hier tenietgedaan. SpritzDe eerste regendagen kwamen we ook maar moeilijk door. Naast dat ons bed zeiknat was geregend, konden we geen woord verstaan van de bakker. We vergeleken alles met Frankrijk. Hier zijn geen croissantjes. Ah een Carrefour supermarkt! Tien minuten zoeken naar een kruidenboter die hier niet bestaat.

En allebei hadden we het even gehad met Italië. Toch passen wij ons onopgemerkt aan. Hoewel we dus niets bijleren over de mode, leren we wel wat meer over het échte Italiaanse leven. Meer te genieten van de koffie die heel goedkoop is. Voor mij, niet met grote happen mijn eten naar binnen te schrokken. Pasta eten, omdat het lekker is en niet alleen voor de koolhydraten.   

En wat is hij leuk hè als hij een gelato voor me bestelt…

 

 

20 August 2010
By on 07:06
Op die toer

Het is stralend mooi weer. Ik ben zo-goed-als vrij vandaag. Stap op Wilie om de spierpijn ff weg te fietsen. Ik ben niet vooruit te branden en heb een zeer ontoepasselijke gang voor een dame met zo’n fiets en in zo’n flitsend pakje. Een herstel training is één van de moeilijkste trainingen. Ik weet niet of dat voor alle marathonrijders geldt, of alleen voor hen die in Amsterdam zijn opgegroeid.

Hen voorbij laten gaan die lekker hard zitten te koersen is het zwaarste. Het ergste is dat we wel weten dat we sneller zijn, maar dat die kereltjes zich zo uit zitten te sloven. Je bent een wedstrijdrijdster dus dat wil je eigenlijk niet laten gebeuren. Daarnaast schiet die hartslag de lucht in, zodra je aan wilt zetten. Je negeert het ding en trapt tussen de ouwe kerels tot de 45km/h. Dan kom je weer bij zinnen en besef je: als ik zo hard wil rijden, had ik dat beter gisteren kunnen doen.

Verderop word ik lastig gevallen door zo’n ouwe toerrijder. Dat hij het leuk vindt om te toeren is niet erg. Dat hij steeds in me wiel zit, daar kan ik ook nog overheen komen. Maar dat hij elke keer het paaltje van het stoplicht inpikt begint me na 3 kilometer toch zwaar te frustreren. Die zak heeft niet eens klikpedalen.

Nadat ik die vervelende man heb gelost volgt er een nieuw groepje. Ik probeer wijs die benen te temmen: Nee, nee. Herstellen. De mannen zoeven me voorbij. Ik bijt op me lip. Ik moet er achter aan. Mijn ogen blijven op mijn hartslagmeter gericht. We gaan niet mee. Het lukt me om de benen stil te houden. Maar ik moet het stiekem toch eventjes mentaal verwerken. Helemaal als ik zie dat 1 van de mannen stiekem omkijkt. Natuurlijk om te kijken of die trut in dat snelle pakje alleen maar loopt te showen of ook nog een beetje kan fietsen. Weer moet ik mezelf verbijten. En ik schreeuw nog net niet: Ik KÁN het heus wel bijhouden hoor. Met een binnensmonds gevloek trap ik door. Totdat ik mezelf besef dat die mannen die me zojuist voorbij koersten een dikke vacht op de benen hadden. Zonder dat ik nog door leek te hebben dat ik nog niet eens de helft van de gemiddelde leeftijd van het zoevende pelotonnetje heb…

waarom maak ik toch overal een wedstrijdje van?

24 June 2010
By on 13:47
de mosselman

Met de gedachte dat ik niet afreis naar een-of-ander-niemansgat-in-Zeeland, stapte ik toch maar wel in de mooie bolide van Mme Gerda. De kleedkamers waren netjes. De eerste de beste Zeeuw die ik tegenkwam zat me vanuit zijn stoel te bekijken. Hij wist de andere Zeeuwen te melden dat ik vast niet voor het skeeleren kwam. Nee, ik ging champagne drinken. Zwaar beledigd trok ik verderop mijn skeelerpak aan. Ik hoorde zijn domme hersenen overuren maken en hem zijn gedachten terugnemen. Soms hoef je geen antwoord te geven op domme opmerkingen.

Nu was ik omgekleed, mijn psychologische strijd was weer geleverd voor vandaag, maar waar was het parcours? Er liepen rondom het gebouw toch meer verdwaalde skeeleraars rond en ik kreeg een lift richting de goede richting, voorbij een rommelmarkt. Na een tijdje zoeken lag daar een mooi geasfalteerd parcoursje, inclusief een windje. Goh, die wielen gaan hem doen zometeen. En ze deden het prima. Al was ik zelf ietsje minder op gang te brengen. Er is zelfs een moment geweest waarop ik niet op lette en rechtdoor reed in plaats van de (scherpe) linksaf te nemen. Ik moest eerst heel hard lachen. Ik had bijna in de hekken gehangen. Nu moest ik weer een gaatje dichtrijden. Daarna kreeg ik me toch even een flinke dip. Wellicht aangedikt door de mosselmeur die er hing. Maar het weer was geweldig en ik had een smoesje om niet te hoeven studeren… na afloop was er zelfs een douche met warm water. 

24 May 2010
By on 09:01
Heliomare

Om niet geïsoleerd te raken van onze samenleving tijdens het afstuderen én om mij toch maar eens te focussen op het leven na de studie en de arbeidsmarkt, heb ik mijzelf opgegeven voor een reisje met de VIB. Studievereniging voor bewegingswetenschappers. Iets waar ik ooit lid van ben geworden voor de korting op die dure studieboeken. Verder heb ik mij geen reet bezig gehouden met de vereniging en het met name vermeden. Nu aan het eind van mijn studie begin ik er toch de voordelen van in te zien. Vandaag gingen we met de snelle boot/bus vanaf Amsterdam CS naar Heliomare. De boot/bus chauffeur vond het wel schattig en vroeg ons of we zin hadden in een reisje naar HelioDrama. Mijn zin ebde ietwat weg.

We kwamen aan in een bedrijvig ‘rust’ huis voor gehandicapte mensen. Ik keek mijn ogen uit. Iets wat me een ongemakkelijk gevoel gaf. Een schoolreisje naar een plek waar mensen niet voor hun lol verbleven. Mensen met de meest verschrikkelijke ongemakken worden hier via een bijzonder systeem opgevangen en weer afgeleverd aan de maatschappij. Jong, oud, aangeboren hersenletsel, niet-aangeboren hersenletsel, topsporters en mensen ter arbeidsre-integratie. Het apies-kijken gevoel was sterk. Maar dat kwam door de mooie dingen die ik daar heb gezien. Ik was gewoon zwaar onder de indruk van de manier waarop deze mensen praktische dingen opnieuw leren. Toen ik thuis kwam besefte ik …

des te meer… te genieten van de mooie dingen die ik mee mag maken

22 May 2010
By on 19:37